Back to Blog
Ons Spaans avontuur Aug 29, 2026

November 2025: dag 3, vrijdag op de berg

By Casa Azafranes

November 2025: dag 3, vrijdag op de berg

De vol-au-vent was echt yummie. Zo yummie dat ik wijselijk geen wijntje nam. En geen koffie na het eten, want elke zelfrespecterende vrouw weet dat nachtelijke vapeurs soms puur eigen schuld dikke bult zijn. Resultaat: ik heb dus níét gezwommen, maar gewoon als een roos doorgeslapen. Ole!

Ontwaken doen we elk op ons eigen manier. Peter opent zijn ogen en huppelt naar de douche. Ik strompel richting koffiemachine alsof ik nog maar 3% batterij heb. Petje: meteen klaar voor de dag. Ikke: eerst stekker in stopcontact. Downloaden. Updaten. Dan pas functioneren. Mijn ochtendhumeur is vrij bekend, het is geen geheim project.

Ik hoor het water stromen. Niet veel later gaat de kraan dicht en komt er een naakte, half foeterende man door de living gehuppeld richting één van de gastenbadkamers. Ik verstond geen letter, maar ik wist meteen genoeg: het water is weer koud.

Na mijn koffie ga ik richting dezelfde douche. Ik kies resoluut voor “stabiel warm water” en mijn haar schreeuwt om een serieuze wasbeurt. Zalige douche, haren gekamd, theetje in de hand: ik ben herboren. Peter? Die denkt alleen nog maar aan één ding: het warm waterprobleem oplossen.

Ik krijg tig keer de opdracht: “Draai eens aan de kraan!” Maar ja… ik praat veel maar zacht, het huis heeft 312 hoekjes en 27 niveaus, en Petje dwaalt rond als een Spaanse kabouter. Dus vaak hoor ik hem gewoon niet. Ik sta hier al dagen tegen muren te praten. Soms letterlijk.

Ik stel voor: “Walkie-talkies?” Peter is meteen fan en begint al te oefenen. “Petje voor Lientje.” Ik hoor de brandweerjaren trillen in die stem. Gaat hij dat niet missen? Hij: “Allemachtig, wanneer zou ik daar nog tijd voor hebben?” En gelijk heeft hij.

🚗 Naar het dorp: met afval en ambitie

Rond 11 uur vertrekken we met onze rommel. Hier geen vuilnisophaling boven op de berg; wij moeten zelf naar beneden. Maar eigenlijk vind ik die containers onderweg nog handig ook.

Daarna een koffietje en ontbijtje op het lokale terras. Ik begin te denken dat er hier in het dorp slechts drie vrouwen en 1153 mannen wonen. De mannen verbroederen in elk geval vlot. Iedereen zegt gedag. Ik ook.

Ik kreeg zelfs een complimentje. Niet dat het complimentje me zoveel deed, maar het feit dat ik het verstond: dat was pas triomf. Hoewel… ze praten hier sneller dan hun eigen schaduw. Andalusiërs zijn echt de West-Vlamingen van Spanje: rap en letters opvreten.

We doen al tien maanden trouw onze Duolingo. Netflix lukt al. Maar hier? Hier voel ik me een ezel op rolschaatsen. Ik wil antwoorden en blokkeer dan. English? roep ik dan maar in pure paniek.

We hebben ontdekt dat we voortaan vrijdagochtend moeten blokkeren: Spaanse les. Ik zal en wil die taal onder de knie krijgen. Olé discipline.

We stappen nog binnen in het gemeentehuis. We hebben alle documenten. Bijna. Eén ervan is niet origineel, dus telt niet. Natuurlijk. We bellen onze advocaat: het komt goed. Wij lopen gewoon wat enthousiast vooruit op de feiten. Ooit krijgen wij een postbus. Ooit.

🐱 Poezen, kippen en sondevoeding (ja hoor)

We rijden wat verder naar de volgende afvalplek. Tussen de containers zie ik… sondevoeding. Vervallen weliswaar, maar toch. Hier heeft duidelijk iemand zorg nodig. En nee, mij moeten ze niet bellen. Ik ben met pensioen in die sector. Geen wedergeboorte.

Image

Er schuilen ook twee poezen. En raar maar waar: ik zeg zelf “Kijk Petje, zo’n schone katte!” Peter had me al overtuigd: we krijgen een poesje. Ik mag kiezen. Een kitten, zodat ik ze van kleins af aan “herprogrammeer”, want eigenlijk ben ik bang van katten. Maar volgens Petje komt dat goed.

En ik wil kippen. Voor verse eieren. Kippen zonder poes? Narigheid. Dus voor iedereen die nu van zijn stoel valt: ja, ik ga een leven delen met een kat én pluimvee. Zeg nooit nooit.

🪜 Terug thuis: ladder-stress en palmboom-heldendom

We gaan nog even langs voor zwembadartikelen: een stofzuiger, borstel, pH-sticks (heet dat zo? Ik gok van wel).

Image

Dan vlug terug naar huis. Peter wil zijn robot opladen en daarna heeft hij mijn hulp nodig bij de ladder. Ik zeg “oké”, zonder te weten wat hij van plan is. Foutje.

Hij gaat snoeien. De palmen. En de eik. Met een ladder die je in België niet eens voor je kerstversiering zou gebruiken.

Ik hou die ladder vast alsof mijn leven ervan afhangt. Ik durf amper naar boven te kijken. “Schatje, als je valt breek je tien botten tegelijk…” “Keppe… is het hier eigenlijk ook 112?” Ja sorry, maar in zulke situaties moet ik dat gewoon weten.

Een half uur lang sta ik beneden als een sardientje naar de lucht te staren en te bidden. Wanneer hij weer beneden staat, zeg ik doodserieus: “Voor kerst krijgt gij een harnas en een valhelmpje. Dit was onverantwoord, keppe.”

🍝 Avondrust

Het koelt af en ik ga de keuken in. Kipbouillon opwarmen en een gigantische pot spaghetti maken.

We zijn allebei wat stil. Moe van het tuinieren. Maar gezond moe. Buitenlucht-moe. Het goeie soort moe.

Vroeg in bed.

Mañana weer hetzelfde circus: palmbomen, poezen, Petje en problemen die hij “even” wil oplossen.

Maar hey… poco a poco worden wij hier echte Spanjaarden. Of toch iets dat erop lijkt.

Buenas noches.